• Homepage
  • Community items
  • Het Agonistisch gesprek was voor mij enorm confronterend. We spraken over vrouwenquota. Moesten die opgelegd worden door de overheid of moesten instanties zich daar niet mee bemoeien, zodat zoiets zich organisch en op basis van individuele vrijheid kan ontwikkelen? De meerderheid koos direct voor het laatste.

Het Agonistisch gesprek was voor mij enorm confronterend. We spraken over vrouwenquota. Moesten die opgelegd worden door de overheid of moesten instanties zich daar niet mee bemoeien, zodat zoiets zich organisch en op basis van individuele vrijheid kan ontwikkelen? De meerderheid koos direct voor het laatste.

Ik heb al eens deelgenomen aan het Gesprek zonder woorden. Dat vond ik fantastisch, omdat het heel goed aansluit bij mijn verlangen om naar de mensen om mij heen te mogen kijken, om contact te maken zonder woorden. Maar ook om naar mijzelf te kijken. Wil ik pauze nemen? Wil ik het gesprek op dit punt onderbreken? En wat gebeurt er met mij als ik de volledige vrijheid voel om mij gedurende het gesprek op zo’n keuze te focussen. Als ik mij even niet verantwoordelijk voel voor mijn gesprekspartner, of voor de groep. Blijkbaar voel ik die vrijheid zonder woorden meer dan met. Toen ik werd uitgenodigd voor de sessies in het Utrechtse stadskantoor twijfelde ik dan ook niet: ik wilde opnieuw het gesprek zonder woorden doen. Dat is de ene kant. Aan de andere kant is er mijn nieuwsgierigheid naar dat wat ik nog niet weet. Dat wat ik nog niet eerder deed of voelde. Ik ben schrijver en ik houd ervan te verdiepen. Te onderzoeken en de tijd te nemen om mij te verhouden tot iets nieuws. Ik houd ervan met zorg te formuleren en een nachtje te kunnen slapen, even te kunnen kauwen, alvorens ik een standpunt inneem. Me ergens over uitspreek, ergens iets van vind. Daarom was het Agonistisch gesprek voor mij enorm confronterend. We spraken over vrouwenquota. Moesten die opgelegd worden door de overheid, of moesten instanties zich daar niet mee bemoeien, zodat zoiets zich organisch en op basis van individuele vrijheid kan ontwikkelen? De meerderheid koos direct voor het laatste. Een van mijn beste vrienden is altijd overtuigd tegen dit soort dingen en hij kan dat ook altijd goed uitleggen. Ik weet het niet, intuïtief voel ik ook wel iets voor voor. Dus ik besluit bij de minderheid van de groep te blijven. Ik wil in mijzelf onderzoeken of ik in staat ben er overtuigend voor te gaan staan. In razend tempo worden wij, aan onze kant, de onderdrukker. Lotte, aan de overkant, is fel. Emotioneel. Jullie begrijpen ons niet, zegt zij, en alle anderen aan haar kant. In vele verschillende bewoordingen. Ik vind ze ongeloofwaardig en agressief en daarvan schrik ik. Ik zoek, een beetje uit het veld geslagen, naar rationele argumenten. Maar dit maakt de verwijdering alleen maar groter. “Jullie hebben argumenten,” zegt Lotte, “wij hebben gevoel.” Als ik in het tweede deel wil naderen, wijkt ze achteruit. “Oh nee,” zegt ze. “Nee. Echt niet.” De rest van het gesprek voeren we liggend. Ik kijk daar naar uit, want vaak ontspan ik dan pas, als ik lig. Ik denk, als het zover is, als ik eenmaal lig, dan zal ik durven de tijd te nemen. Bij mijzelf te blijven. Te luisteren. Een menselijk gesprek te voeren. Maar ik ontspan niet. Misschien was het mijn dag, mijn week. Mijn hoofd, dat vol is. Misschien is het mijn schrik, van hoe we begonnen zijn, die maar niet wegebt. Of is het toch het onderwerp en de haast die ik voel om het te omsingelen, om er één ding van te vinden, er één standpunt over in te nemen. Om het te begrijpen. En dan stopt het. We zijn klaar. Omdat het heel wat voeten in de aarde had om de ruimte waarin we gesproken hebben leeg te krijgen, wordt ons gevraagd of we even willen helpen, wat tafels en stoelen van de gang te halen. De ruimte terug te brengen in de staat waarin hij voor onze aanwezigheid was. We storten ons erop, zo enthousiast, dat ik er haast iets achter wil zoeken. Heeft het iets te maken met onze behoefte aan gezamenlijkheid? Is onze ontmoeting nog niet af? Als we van de zevende naar beneden wandelen spreken we elkaar nog eens over het begin van ons gesprek. Het deel waarin we onze tegenstellingen hebben uitvergroot. Het blijkt dat beide kanten zich onbegrepen hebben gevoeld. Onbegrepen en ongehoord. Het is spannend om eens te ervaren hoe razendsnel dat ontstaat. “Wij begrijpen niet waarom jullie ons uitlachen…” Die woorden. Waarin ik mij betrapt voel. Bespiegeld en bekeken. Ze kwamen pijlsnel, maar echoën nog lang na.
Anna van der Kruis over Agonistisch gesprek